Leegte

De zomer staat voor de deur. Elk jaar na Pinksteren beginnen die laatste weken van het afronden van je werk. De laatste plannen voor de vakantie maken voor de grote zomer begint. De zomer is het seizoen van de leegte. Luieren bij je tent en wekenlang een lege agenda.

Leegte – dat kan soms een beetje beangstigend zijn. Een leeg huis als je thuiskomt. Een lege agenda omdat je geen werk hebt. Of een lege bankrekening: het moment dat je je saldo bereikt bij de kassa van de supermarkt. Leegte die eng is en beklemmend. Maar leegte kan ook prettig zijn. Er is niks, maar er is van alles mogelijk. Zoals een kunstenaar voor een wit vlak staat, nog vol mogelijkheden. Leegte kan je geest prikkelen om nieuwe ideeën te ontwikkelen. De zomer biedt een leegte die prettig is. Leegte omdat je vrij bent van allerlei verplichtingen en weer tijd en ruimte kan hebben om te voelen hoeveel je houdt van je geliefde; om de warmte van de zon te voelen. Of de leegte van de laatste weken van je zwangerschap. Niet meer werken en de tijd nemen om in jezelf te keren, vóór je bevalling en vóór er iets nieuws begint.

In de Eltheto hoop ik dat we leegte niet zien als een moment waarop we falen. Bijvoorbeeld een lege kerkdienst of een gebouw dat ook soms leeg is. De kunst is om te wachten en te durven hopen dat er nieuwe kansen groeien in die leegte. Gods Geest waait ook als wij alleen leegte zien. Ik merk nu al hoe de lege ruimte van Eetlokaal LT onze creativiteit stimuleert. Er is van alles mogelijk met een lege restaurantruimte. Een huiskamer voor de buurt. Een kinderkookcafé. Een buurtmaaltijd. Een concert door de buren. Een cursus bijbellezen voor beginners. Een … De leegte biedt mogelijkheden.

Het bankje vóór de Elthetokerk is ook zo’n lege plek. Dit ene bankje geeft voortdurend de mogelijkheid voor mensen om even bij te komen, om op adem te komen. Een sigaretje te roken of gewoon even mensen kijken. De leegte is prettig. Jezelf leeg voelen of leegmaken is nodig om iets nieuws te ontvangen. Iets nieuws van de Geest van God. Misschien betekent dat ook wel dat je jezelf moet leegmaken van je eigen idealen en ideeën om opnieuw te kijken wat er nodig is. De zomer geeft je tijd om ruimte te maken voor nieuwe inspiratie. We hoeven nog niet precies te weten wat er groeit en ontstaat op deze plek – zoals je dat vaak ook niet weet voor je eigen leven. Laten we de tijd en de ruimte nemen om op de adem van de Geest te komen. Laten we oefenen met geduld en vertrouwen dat de lege ruimte die wij hebben een mogelijkheid is voor God om onze creativiteit te stimuleren. Niet een heilig moeten, maar een mogelijkheid voor het Koninkrijk van God.

Gedachten in januari

Het jaar 2015 heeft een moeilijk begin. Bij de koffie na een kerkdienst zei iemand tegen mij heel eerlijk dat er dit jaar snel een streep stond door het gevoel van goede moed en goede voornemens. Aanslagen in Frankrijk op een nieuwsredactie en in een Joodse supermarkt. Golven van geweld in Nigeria. Maar er was ook slecht nieuws dichtbij, in onze eigen kring, waar mensen zijn overleden of zijn getroffen door ziekte: een ramp op persoonlijk niveau.

Ik heb in de afgelopen weken veel nagedacht over angst en moed – juist door al deze gebeurtenissen. Veel mensen zijn bang en die angst is terecht. Het is waar dat er zomaar iets kan gebeuren; in de vorm van een gewelddadige aanslag, of in de vorm van een ziekte of een plotseling verlies. Je kan je angst bezweren door te wijzen op alle goede en mooie dingen die er gebeuren. Je kan onze collectieve angst bezweren door te wijzen op onze rechtsstaat of door nog een extra verzekering af te sluiten. En ‘last but not least’, je kan je angst bezweren door te beslissen om je er door te laten leiden. Angst is een slechte raadgever tenslotte.

Maar als ik heel eerlijk ben, vraag ik me af of al deze bezweringsformules wel werken. Is de troost voor onze bange harten te vinden in een massale demonstratie op de Dam, waarin we samen besluiten om niet bang te willen zijn om onze mening te uiten? Ik merk in mezelf een aarzeling als ik de één nog stelliger dan de ander hoor zeggen dat we vooral onze vrijheid moeten bewaken. En mét dat ik dit opschrijf, begrijp ik mezelf niet goed. Ik aarzel – juist als gelovig mens wil ik graag hardop kunnen geloven. Maar het lijkt wel alsof dat recht om hardop te geloven samenkomt met het recht op belediging. Ik schrik van moslims die vertellen over discriminatie en ik schrik van de beveiliging die nodig is op de Joodse instellingen in onze stad. De moed zakt me in de schoenen. Moed is het vermogen om met angst om te gaan. Maar waar is die moed te vinden in tijden die zo verwarrend zijn? Door wat er gebeurt in de wereld om ons heen, of heel persoonlijk door ziekte of verlies.

Marjolijn de Waal vond de moed om dominee te worden in Vijfhuizen. Ze preekte bij haar bevestiging over de roeping van de discipelen door Jezus. Het is fascinerend om te zien hoe deze leerlingen geen moment aarzelen om met Jezus mee te gaan. Ze laten alles los en gaan met Hem mee. Ze zijn niet bang om alles wat hun zekerheid geeft op het spel te zetten. Hun baan, hun familie. Blijkbaar voelen ze de urgentie van Jezus’ oproep tot bekering – zo legde Marjolijn aan ons uit. De urgentie die wordt gevoeld in een gemeenschap die samenkomt in het visioen van een andere wereld – het koninkrijk van God. Die urgentie is nu niet anders dan in de tijd van Jezus. Het gevoel dat er een andere wereld mogelijk is, en vooral ook dat God een andere wereld op het oog heeft. Als gelovige vind ik moed in een gemeenschap die lief en leed deelt en in een gemeenschap die deze God zoekt. Want als ik aarzel of bang ben, dan is er altijd iemand in de buurt die bidt en zingt dat God ons niet vergeet.

Winterdip

Pepernoten, warme chocolademelk, kaarsen en haardvuur. En natuurlijk al die benodigdheden om de straat op te gaan. Handschoenen aan, muts op en sjaal om. November. Sommige mensen vinden deze tijd van het jaar heerlijk. Anderen staan bij al die kale bomen spontaan wat droevig en moe te kijken. Eerlijk gezegd hoor ik bij die laatste groep. November is niet mijn tijd van het jaar. Ik vind het te koud, te nat en te donker. Het is alsof mijn lichaam langzamer is dan in de zomer. Mijn lichtje gaat nét wat sneller uit. Ik krijg tips van lieve mensen om extra vitaminen te slikken. Er heerst tenslotte van alles. En of ik al eens gedacht heb aan extra licht? Extra licht. Dat heb ik misschien wel nodig in november. Een beetje meer dan anders. In de weken van advent op weg naar kerst steken we elke week een kaars aan. Dat is dat beetje extra licht. Dat helpt. Niet omdat het dan gezelliger wordt in de kerk of omdat het het kerstgevoel vast wat aanwakkert. Niet omdat we dan ineens alle energie van de wereld hebben. Nee, dat hele kleine vlammetje vertelt over hoe God niet verdwijnt. God woont in deze wereld. Zelfs als je weinig van God ziet en er jaren voorbij kunnen gaan zonder dat daarin iets verandert. Of als mensen God ontkennen. Het kaarslicht van advent is het licht dat je herinnert aan God. Elke week een beetje meer. God die in de wereld is, God is met ons. Heel gewoon en heel bijzonder. Dat is nou een effectief middel tegen mijn herfstdip. Ik krijg energie van het vrolijk zingen van advents- en kerstliedjes. Of als ik mensen de boodschappenlijstjes voor de Kerst-Inn zie maken. Ik heb nu al zin om de schaapjesboer te bellen of ze dit jaar weer langskomen met die aardige beestjes voor in de groene weide aan de Javastraat. Advent en kerst zijn het extra licht dat je nodig hebt. Vitamientjes voor je ziel. Geen opgelegde gezelligheid, maar de belofte van een God die bij ons woont. Dus doe mee en kom ook! Schil een aardappel voor de Kerst-Inn of zing mee in het koor. Gegarandeerd effectief tegen al uw winterdips.

Dominee op de Dam

Dierendag, moederdag, secretaressedag. En sinds vorige week is er ook een predikantendag.

Op maandagmorgen 22 september, met de vrolijkheid van de startzondag nog in mijn hoofd, fiets ik naar de landelijke predikantendag in de Nieuwe Kerk. Ik parkeer mijn fiets en met mijn boordje in mijn handtas loop ik naar binnen. Eerlijk gezegd weet ik niet zo goed wat ik moet verwachten. Uit onderzoek van Trouw blijkt dat de gemiddelde dominee een enigszins introverte man van rond de 55 met uitwonende kinderen is. Ik vraag me af hoe de sfeer zal zijn. Maar ik heb meer vragen: Is het goed en is het nodig om al die dominees een dag bij elkaar te brengen? Helpt een dag met elkaar ons om onze roeping beter te verstaan of zijn we dan toch (weer) vooral bezig met onszelf?

Mijn scepsis verdwijnt snel als ik merk hoe positief de sfeer is. De bedoeling is om de predikanten en kerkelijk werkers te bemoedigen. Geen dag vol kritische dominees die moeilijke theologische kwesties bespreken, maar een dag waarop tegen al deze ambtsdragers wordt gezegd: God heeft je geroepen op de plek waar je werkt. Ook als het moeilijk is en je de kerk ziet afbrokkelen mag je erop vertrouwen dat je wél het goede doet. Want elke kerk is een gemeenschap die bezig is om het verhaal van God met mensen te vertellen en te laten zien. Het is een ander verhaal dan de meeste verhalen die we om ons heen horen. De kerk vertelt over een andere werkelijkheid. De werkelijkheid van God, waar ‘ja’ wordt gezegd tegen elk mens. ‘Ja, jij mag er zijn.’ De kerk als een gemeenschap waar we ‘ja’ zeggen tegen alles wat leven brengt.

Zeshonderd dominees lopen op de Dam en zingen een ‘Halleluja’. De tram stopt voor al die toga’s. Sommige collega’s mopperend over de onzin van de ‘togashoot’, anderen stralend op de voorste rij. Ik sta ergens in het midden te grijnzen. Leuk, zo’n dag voor predikanten. Maar de lach op mijn gezicht wordt vooral op mijn gezicht getoverd bij de gedachte aan al die kleine en grote gemeenschappen waar wij deel van uitmaken. Al die kerken en kerkjes. Die hangen niet af van een dominee. Gelukkig niet.

Ik zing ́Halleluja ́ op de Dam en denk aan al die bloembollen die we de dag ervoor verstopt hebben in de Indische Buurt. Aan alle kaarten van lieve woorden die we in de buurt hebben verspreid. We halen er misschien niet de voorpagina van het Parool mee, maar we doen waartoe we kerk zijn. Een gemeenschap die tot zegen is voor al haar buren. Hallelujah.

Aan tafel (Costa Rica - 2)

Marleen over haar deelname aan 'The Global Institute of Theology 2014’ in Costa Rica, San Jose. Dit stuk is eerder verschenen in het Nederlands Dagblad.

Op dag 2 van mijn avontuur in deze ‘global community’ in Costa Rica zit ik aan tafel met een paar Zuid Afrikaanse collega’s. Blanke én zwarte Zuid Afrikanen om precies te zijn. Nog altijd bepalend in Zuid Afrika. Natuurlijk ben ik fan van Mandela. Ik ben tegen apartheid en racisme. Wie niet? Racisme staat niet in mijn woordenboek. Ik ben blij met een kerk die zich hier tegen uitspreekt. Graag luid en duidelijk. Hoewel mij een lichte twijfel bekruipt of die stem ooit zo helder klonk in de GKV waarin ik ben opgegroeid, ben ik in ieder geval wel zo geworden. En iedereen met mij, vermoed ik zomaar. Tot één van de Zuid-Afrikanen aan mij vraagt: ‘Marleen, hoe zit dat met Zwarte Piet in Nederland?’. Ik begin wat te vertellen over ons vrolijke volksfeest. Ik merk dat ik in elke zin probeer te zeggen dat Zwarte Piet echt véél minder racistisch is dan het lijkt. Ik begin steeds meer te stotteren. Ik kijk op en zie de verbazing in de ogen van mijn Zuid-Afrikaanse tafelgenoten. Ik realiseer me dat het feit dat ik op geen enkele manier kan uitleggen wie Zwarte Piet is, eigenlijk al genoeg vertelt.

Ik ben me zelden zo bewust geweest van mijn Nederlandse nationaliteit. Ik word me meer en meer bewust van onze geschiedenis. Dat gebeurt er dus als je leeft in een internationale gemeenschap. Alleen al de verwantschap tussen het Nederlands en het Afrikaans bepaalt mij bij onze gezamenlijke wortels. Ik vraag me af wat dat betekent. Welke verantwoordelijkheid rolt er uit onze geschiedenis voor mij als theoloog? Maar natuurlijk vooral: is er zoiets als een theologisch antwoord op de wereldproblematiek die hier dagelijks aan me voorbij trekt?

Vandaag, dag 10, zit ik daarom met al mijn vragen opnieuw aan tafel met mijn Zuid-Afrikaanse vrienden. Ik voel me verwant. Fundiswa is net zo oud als ik. Jong, vrouw en dominee in de stad. Hoe herkenbaar. Maar ik herken niets van wat ze me vertelt over de townships waar ze dominee was. Margriet geeft les op de universiteit van Stellenbosch en promoveert op Hanna Arendt. Ze zitten niet bij elkaar in de kerk. Zo staan de zaken ervoor. Net zoals de gemiddelde Afrikaanse immigrant in Amsterdam ook niet bij ons in de kerk zit, denk ik bij mezelf. ‘Transforming community, church and mission’ – is de titel van ons studieprogramma. We zuchten nog eens diep. Kijken elkaar aan en besluiten dat we dat dan maar gewoon moeten doen. Heel klein en in onze eigen context. Want niks proberen te veranderen in deze wereld, dat is in ieder geval geen optie.

 

Global Institute of Theology (Costa Rica 1)

Marleen over haar deelname aan 'The Global Institute of Theology 2014’ in Costa Rica, San Jose. Dit stuk is eerder verschenen in het Nederlands Dagblad.

Ik wist precies twee dingen van Costa Rica voor werd uitgenodigd in San Jose om deel te nemen aan ‘The Global Institute of Theology’. De natuur is er adembenemend mooi en het is een land zonder leger. Vlak voor ik het vliegtuig in stapte kwam daar nog een derde feit bij. De kwartfinale. Op dag één van de GIT, om precies te zijn. Mijn eerste interculturele ontmoetingen zijn gegaan over voetbal en niet over theologie. Zo weet mijn studiegenoot uit Zambia alles wat ik zelf niet weet over het Nederlandse team in de jaren ’90. En terwijl ik hem hoor praten, betrap ik mezelf op een enorm vooroordeel. Een Zambiaan die fan was van Bergkamp? En de verbazing groeit als wij, in oranje uitdossing, de straten van San José in gaan na de wedstrijd. We worden door iedereen toegejuicht en omhelsd. In een juichjurk op zegentocht door de straten van San Jose. Een omhelzing en een kus. Zo begroet je elkaar, hier in Costa Rica, hier in Latijns Amerika. Ook al heb je elkaar nog nooit gezien of heb je net verloren van die Nederlanders. De dag na de wedstrijd, morgen op bezoek in een lokale kerk omhelsde ik allerlei vrouwen en mannen. Alsof ik niet anders gewend ben. Begroet elkaar met een heilige kus, schrijft Paulus. Voor de gemiddelde West Europeaan een prachtige zin, die we natuurlijk alleen uitvoeren bij intimi.

Inderdaad, een cultuurverschil. Maar wel een verschil die me aan het denken zet. Want wat betekent het om elkaar te omhelzen in de kerk? Ook al ken je elkaar niet en of vind je de ander afstotelijk. Ik heb me zelden zo welkom gevoeld in een kerk. En met elke omhelzing verdween het ongemakkelijke gevoel een beetje meer naar de achtergrond dat ik geen woord kon wisselen met de mensen door mijn gebrek aan Spaans.

Een tijdje geleden benoemde Monic Slingerland de benadering van paus Franciscus als een theologie van de omhelzing. In het aanraken van alle mensen laat hij zijn revolutie van tederheid zien. Bij de paus die zich verbindt aan de gemarginaliseerden van de samenleving licht iets op van de bevrijdingstheologie die in Latijns Amerika belangrijk is. Een theologie die er op is gericht om de armen stem te geven. Wij bijten momenteel onze gereformeerde tanden stuk op deze bevrijdingstheologie. Maar tegelijkertijd is armoede zo actueel. Ik schrik van de verhalen uit Indonesië en Zuid Afrika. En ik denk aan Amsterdam-Oost waar ik in mijn werk als predikant zoveel soorten armoede zie. En ik hoop dat er een sleutel ligt in die omhelzing van alle mensen. Misschien is dat het begin om de wereld te veranderen als volgelingen van Jezus.