Verlangen naar God

Je begint een gebed

maar je hebt niks te melden

Of zou God al weten wat er in je omgaat?

Je zucht Je valt bijna in slaap

Je verlangt naar God, die is soms zo dichtbij

Je weet niet zeker of je wel gelooft

Je bent moe van alle woorden over God

Maar toch, God is er toch?

Ja, U zou er toch zijn?

Amen

 

Verlangen naar God. Verlangen naar die God, die belooft er te zijn. Soms merk je alleen zo weinig van God. Voor je het doorhebt, valt je geloof in slaap. Ooit waren er die intense ervaringen met God, maar nu is het zo stil. Te stil om nog te weten waar je op moet letten om God te zien en God op te merken. Is God er eigenlijk wel?

Als Jezus naar de tuin van Gethemané gaat, vraagt Hij twee vrienden om met Hem mee te gaan. Het is een donkere bladzijde uit Zijn leven. En dit is zo’n nacht waarin alles op het spel staat. Hij vraagt aan zijn vrienden of ze wakker willen blijven en willen bidden. Maar het lukt ze niet. Hun ogen vallen keer op keer dicht. Ze hebben amper door wat er op het spel staat. Ze horen de diepte niet die in Jezus´ woorden doorklinkt. Hun geloof sukkelt net iets te gemakkelijk in slaap. Ze willen wel wakker blijven, maar vallen steeds in slaap en schrikken weer wakker.

Ik schrik elke keer weer wakker als ik in deze tijd voor Pasen merk: ik ben net als zij. Ik ben vaak niet in staat om de diepte van de woorden van Jezus te peilen. Ik ben vaak niet in staat om te zien wat er op het spel staat als Jezus Zijn kruis op zich neemt; als Jezus óns kruis op zich neemt. Ons kruis, waar de onverschilligheid en de twijfel, de achteloosheid en onze zwartste bladzijden op staan geschreven. Ik val stil. Een stille (en hopelijk goede) week valt in ons leven. Lieve God Amen

Ongemakkelijk

Ik voel iets ongemakkelijks. Al een tijdje speelt het op. Elke keer als ik iets hoor over een boot vluchtelingen op de Middellandse Zee. Een boot, met mensen die het nét wel of nét niet redden. Maar deze afgelopen week kroop het ongemakkelijke gevoel meer dan ooit onder mijn huid. Net thuis van vakantie in Macedonië zie ik de beelden, afkomstig uit mijn vakantieoord, waarin de politie de vluchtelingen met traangas verdrijft. Toen ik er was, ontmoette ik er alleen maar vriendelijkheid en die typische verlegenheid van mensen die de alleen hun eigen taal spreken, waarvan wij toeristen natuurlijk niks verstonden. En nu zie ik de paniek in de ogen van de Macedoniërs. Paniek en angst, niet zo gek als je zelf maar net overeind weet te blijven in een arm en corrupt land. Maar mijn ongemakkelijke gevoel wordt ondertussen alleen maar sterker.

Deze week: een vrachtwagen vol mensen die gestikt zijn. De rillingen lopen over mijn rug. Ik zucht. Ik weet het niet. Ik wil Angela Merkel bellen en zeggen dat ik het met haar eens ben. Of zoiets.

Dan gaat mijn telefoon. Aan de lijn is niet Angela Markel, maar Mohammed. Hij kwam ineens onze kerk binnen, al weer een tijd geleden. Ik heb niet zoveel contact met hem. Maar namen van mensen die ik doop vergeet ik niet zo snel. Deze week probeerde ik met hem af te spreken. Hij woont in Rotterdam, daar kom ik tegenwoordig ook wel eens. Ik dacht natuurlijk ook aan hem, door de beelden van die bange mensen op de spoorlijn richting Europa. Hij heeft er ooit ook gestaan, als vluchteling, dwalend richting Europa. Want in Afghanistan maakte hij andere keuzes dan de keuzes die wenselijk zijn in de ogen van Taliban. Maar nu gaat het goed met hem. Zijn Nederlands was een stuk beter, hij heeft rijles en een baan. Te weinig tijd om af te spreken, druk druk druk. Het gaat wel goed met die integratie als je het mij vraagt. “Doe groeten aan iedereen en hoe gaat het met mevrouw Liesbeth?”

Iets van het ongemakkelijke gevoel was weg na dit telefoontje. Maar één blik op nu.nl of de krant, en het is weer helemaal terug. ‘De exodus van vluchtelingen kost opnieuw levens’,  zo kopte de krant. Het schuurt dat we ons zo weinig raad weten met al die mensen die moeten vluchten.

Week in, week uit, lezen wij in de kerk de verhalen van het volk Israël. Hun uittocht naar een beloofd land lijkt een sprookjesachtig tafereel in vergelijking met de gruwelijkheid van de beelden die wij zien. Maar als je goed leest, was er toen ook paniek en angst in de ogen van de vreemdelingen die zij tegenkwamen. De onzekerheid en de weerstand brak de Israëlieten zelf voortdurend op. En toen ze eenmaal in het beloofde land kwamen, bleek het land niet leeg te zijn.

En toch, ze gingen op weg om hun kinderen in vrijheid te laten opgroeien. Op weg naar een land waar vrede is, naar een land waar de vrede van God te vinden is. Want echt mens zijn, dat kan toch alleen als er vrede woont in de huizen en de harten.

Wij zijn niet op uittocht. Wij wonen in het land dat precies het beloofde land is. Het ‘paradijselijke’ West-Europa, zelfs als het als een valse belofte komt van de boeven die mensen smokkelen.

Vaak verplaatsen we ons bij het Exodusverhaal van het volk Israël in de positie van het volk dat op zoek is naar dat beloofde land. Maar in onze tijd hoor ik niet bij de mensen in hun exodus. De komst van al deze vluchtelingen draait de rollen om. Ik wóón al in het beloofde land. Dat heeft zelden zo ongemakkelijk gevoeld.

Het geschiedde in die dagen…

Afgelopen week bezocht ik een oudere vrouw die deze zin meteen afmaakte. Het is de eerste zin van het kerstverhaal zoals Lukas het verteld. De eerste zin over dat bevel van keizer Augustus die een volkstelling wilde.

Meteen zie je het verhaal voor je: Jozef en Maria. Zij, zwanger op een ezel; hij, de ezel aan de hand. Samen op weg naar Betlehem, de stad waar zij zich moesten melden. De stad van David – hun voorvader. De meesten van ons kunnen het verhaal moeiteloos verder vertellen, zoals die mevrouw die ik sprak. En dan zien we het plaatje van de kerststal. Met een blinkende ster, een paar ruige herders en wat exotische koningen.

Het geschiedde in die dagen…

Maar wat gebeurde er eigenlijk precies, daar in Betlehem? En wat betekent dit verhaal in de kerstdagen van 2015?

Een Duitse supermarkt zendt dit jaar een opvallend reclamespotje uit voor kerst. We zien een oude man. Hij ziet zijn kinderen amper, omdat ze ontzettend druk zijn met hun werk en hun gezin. Met kerst zit hij alleen aan tafel. Hij heeft de berichtjes op zijn antwoordapparaat afgeluisterd waarop zijn kinderen zich afmelden. Hij besluit om zijn kinderen een rouwkaart te sturen, waarop hij zijn eigen overlijden aankondigt. Als ze allemaal thuis komen om afscheid te nemen, staat er een gedekte tafel. Papa blijkt helemaal niet dood en hij nodigt hen uit aan tafel. Dit was de enige manier om ze allemaal thuis te krijgen.

Het spotje is nogal heftig, zeker als je je realiseert dat het een supermarktketen is die dit heeft geproduceerd. Onze grutters doen immers uitstekende zaken tijdens de kerst. De open zenuw die ze raken (of gebruiken) is het schuldgevoel dat velen van ons hebben, omdat we niet genoeg tijd en ruimte hebben voor elkaar. De verbazing dat een man zijn eigen dood in scène moet zetten om zijn familie te zien raakt aan onze nachtmerrie. Zeker in een grote stad, waar het geen fictie is dat mensen alleen sterven. Dat gebeurt in onze dagen, in onze buurt.

In het spotje is de verbazing van de kinderen die hun vader in levenden lijve ontmoeten natuurlijk enorm. Maar als de schok verdwijnt, is het feest. Zo ziet de verbazing eruit als er iets gebeurt dat onmogelijk lijkt, maar beter is dan je had durven dromen. Ik denk niet dat kerst gaat over schuldgevoelens of familieverplichtingen. Maar wél over deze verbazing en verwondering. Omdat er iets onmogelijks gebeurt wat beter is dan je had dúrven dromen.

Het geschiedde in die dagen…

Kom en verwonder je over wat er is gebeurd in Betlehem, in die dagen dat keizer Augustus een bevel deed uitgaan. Kom en verwonder je over wat er kan gebeuren in de dagen van kerst in 2015. Tijdens een diner, tijdens een kerkdienst, in een verloren moment van stilte, in een gesprek waar ineens tijd voor is. Misschien wordt deze kerst wel beter dan je durft te hopen – omdat de hemel opengaat.

Laat je verbazen en verwonder je over hoe God onder ons verschijnt.

Leegte

De zomer staat voor de deur. Elk jaar na Pinksteren beginnen die laatste weken van het afronden van je werk. De laatste plannen voor de vakantie maken voor de grote zomer begint. De zomer is het seizoen van de leegte. Luieren bij je tent en wekenlang een lege agenda.

Leegte – dat kan soms een beetje beangstigend zijn. Een leeg huis als je thuiskomt. Een lege agenda omdat je geen werk hebt. Of een lege bankrekening: het moment dat je je saldo bereikt bij de kassa van de supermarkt. Leegte die eng is en beklemmend. Maar leegte kan ook prettig zijn. Er is niks, maar er is van alles mogelijk. Zoals een kunstenaar voor een wit vlak staat, nog vol mogelijkheden. Leegte kan je geest prikkelen om nieuwe ideeën te ontwikkelen. De zomer biedt een leegte die prettig is. Leegte omdat je vrij bent van allerlei verplichtingen en weer tijd en ruimte kan hebben om te voelen hoeveel je houdt van je geliefde; om de warmte van de zon te voelen. Of de leegte van de laatste weken van je zwangerschap. Niet meer werken en de tijd nemen om in jezelf te keren, vóór je bevalling en vóór er iets nieuws begint.

In de Eltheto hoop ik dat we leegte niet zien als een moment waarop we falen. Bijvoorbeeld een lege kerkdienst of een gebouw dat ook soms leeg is. De kunst is om te wachten en te durven hopen dat er nieuwe kansen groeien in die leegte. Gods Geest waait ook als wij alleen leegte zien. Ik merk nu al hoe de lege ruimte van Eetlokaal LT onze creativiteit stimuleert. Er is van alles mogelijk met een lege restaurantruimte. Een huiskamer voor de buurt. Een kinderkookcafé. Een buurtmaaltijd. Een concert door de buren. Een cursus bijbellezen voor beginners. Een … De leegte biedt mogelijkheden.

Het bankje vóór de Elthetokerk is ook zo’n lege plek. Dit ene bankje geeft voortdurend de mogelijkheid voor mensen om even bij te komen, om op adem te komen. Een sigaretje te roken of gewoon even mensen kijken. De leegte is prettig. Jezelf leeg voelen of leegmaken is nodig om iets nieuws te ontvangen. Iets nieuws van de Geest van God. Misschien betekent dat ook wel dat je jezelf moet leegmaken van je eigen idealen en ideeën om opnieuw te kijken wat er nodig is. De zomer geeft je tijd om ruimte te maken voor nieuwe inspiratie. We hoeven nog niet precies te weten wat er groeit en ontstaat op deze plek – zoals je dat vaak ook niet weet voor je eigen leven. Laten we de tijd en de ruimte nemen om op de adem van de Geest te komen. Laten we oefenen met geduld en vertrouwen dat de lege ruimte die wij hebben een mogelijkheid is voor God om onze creativiteit te stimuleren. Niet een heilig moeten, maar een mogelijkheid voor het Koninkrijk van God.

Gluren bij de buren

 Marleen Blootens, voorganger

Aanstaande maandag ga ik voor een paar dagen de hei op met een groep collega’s. Dominees van allerlei soorten en maten die net als ik nog niet zo lang in het vak zijn. 

Marleen_Blootens_portretOm ons goed voor te bereiden schreven we een verslag over wat ons bezighoudt in ons werk. Op zo’n moment realiseerde ik me dat dominee zijn in de Indische Buurt toch wel echt een voorrecht is. Veel van mijn collega’s werken in een dorp, waar iedereen hen kent. Hoe anders is dat hier, in de Javastraat: elke keer als ik iemand ontmoet in de Javastraat en vertel dat ik dominee ben, geniet ik van de verrassing op het gezicht. Soms weet men überhaupt niet wat een dominee is of doet, en als men het wel weet, pas ik als jonge vrouw vaak niet in het beeld dat ze van de dominee hebben.

Dat verrassingseffect vind ik steeds lolliger. Ik merk dat het namelijk niet alleen voor mij geldt, maar dat wij als Elthetokerk datzelfde effect hebben op onze buren. Men is nieuwsgierig naar ons. Een kerk met een restaurant. Een kerk met al die jonge gezinnen op de stoep. Het maakt dat ze naar binnen willen gluren om te kijken wat er binnen gebeurt, zoals afgelopen kerstavond toen de buurtkinderen over de vensterbank gluurden naar de levende kerststal.
Gluren bij de buren. Het is ook niet meer dan redelijk dat de buren bij ons naar binnen mogen gluren. Ik doe dat namelijk zelf ook graag. Maar ik moet eerlijk bekennen dat het me wel eens aan moed ontbreekt om een volgende stap te nemen. Om niet alleen maar stiekem naar binnen te gluren, maar ook gewoon aan te bellen. Ik weet dat er nogal wat mensen zijn bij wie het binnen niet zo gezellig is. Wat kunnen wij als kerk voor deze mensen betekenen? Ik heb niet altijd de moed, simpelweg omdat ik vaak niet goed weet wat ik op die vraag moet antwoorden.

Maar altijd als ik een beetje moedeloos raak, gebeurt er toch weer iets onverwachts dat me nieuwe hoop geeft. Nieuwe hoop dat wij als christelijke gemeenschap verschil kunnen maken in de Indische Buurt. Ik zag door het raam van ons gebouw de 24 deelnemers aan de cursus Vertrouwenspersonen van stichting Samenwonen-Samenleven. 24 mensen die vrijwillig andere mensen uit de buurt een beetje verder willen helpen. 24 mensen naar wie wij onze buurman of buurvrouw kunnen verwijzen als hij of zij hulp zoekt. Dat geeft hoop. Net als die ene vrouw die op kerstochtend het gevoel had dat er engelen waren in de kerk. Een teken dat God er was. Ze dacht erover om nog maar eens te komen.

Ik ben van plan nog heel veel rondjes door de buurt te lopen. En om af en toe eens ergens naar binnen te gluren. En als er iemand bij ons aan de Javastraat naar binnen gluurt, dan hoop ik dat de mensen zien wat ik zie: een klein brandend kaarsje in de verte op de kaarsentafel. Het is het beeld van het licht van Christus dat wij opsteken voor onze buurt. Kom maar binnen, dan leggen we je uit waarom we dat kaarsje voor je branden.

 

> Volg Marleen Blootens op Twitter