De kerk als lampenstandaard

Elf jaar geleden schreef Nellie van Manen, destijds kerkelijk werker in de Eltheto en ook toen al een van mijn meest inspirerende collega’s:

‘Nette dames van boven de zestig zitten al vanaf kwart voor tien op hun vaste plekje. Te midden van het rumoer van ronddravende peuters proberen ze zich te concentreren op een onderling gesprek. […] In de consistorie wordt geruzied over wie er vandaag collecteert, en probeert de leider van de kinderkerk nog zenuwachtig een verwerkingsopdracht te downloaden. Vóór in de kerk betwisten kinderen elkaar luidruchtig een plek. Over tienen neemt eindelijk de ouderling van dienst het woord; de organist preludeert dan al een kwartier geduldig op psalm 150.’

Om zich een paar regels verder af te vragen: wat is dit voor gezelschap? En het antwoord: dit is nou het lichaam van Christus.

Ze schreef het voor de werkgemeenschap van predikanten, waar ons allen was gevraagd op te schrijven wat Paulus’ beeld van het ene lichaam en de vele verschillende leden uit 1 Korintiërs 12 voor ons betekende. Zo leerde ik de Eltheto kennen.

In die elf jaar is er wel wat veranderd. Verbouwd, bijvoorbeeld, en een heel andere muzikant. Maar in de afgelopen maanden herkende ik moeiteloos de drukte, de soms botsende verschillen en wel eens haperende voorbereiding, de verbondenheid die dat alles overstijgt, en het vermoeden – je mag het ook geloof noemen – dat het geheim van Gods aanwezigheid niet alleen in die verbondenheid is te vinden, maar ook in al die verschillende soms krakelende leden.

Want die maken direct duidelijk, dat wij ons heil niet zoeken in onze eigen voortreffelijkheid, maar…

In de Openbaring van Johannes, waar we de afgelopen Wijze Woensdagen uit hebben gelezen, heb je het beeld van de zeven gemeenten als lampenstandaards en de engelen van die gemeenten als sterren. Zo’n lampenstandaard zijn wij. Wij zijn niet het licht, maar we horen daar wel bij. We hebben daar zelfs een dienende functie in. En omgekeerd verleent dat licht ook ons glans.

Die combinatie van bescheidenheid en zelfbewustzijn – we verbeelden ons niks, en juist zo mogen we er zijn – vind ik, geloof ik, het sterkst in hoe we in de Eltheto met elkaar bidden. Gedreven, bijna onderhandelend met God op zondagavond, ingetogen en met veel stilte door de week, en altijd heel concreet, aards, en tegelijk met groot, soms hemelhoog verlangen.

Geloof om veel te vragen,
te vragen honderd-uit; 
geloof om veel te geven, 
te geven honderd-in.

Aldus Willem Barnard in lied 841.

Ik geloof het graag.