40 dagen op weg

Afgelopen september werden wij door de Turkse gemeenschap uitgenodigd voor een Iftar. Het was voor moslims de maand waarin zij overdag vasten. Na zonsondergang komen ze bij elkaar om te eten. Ik mocht daar samen met een aantal gemeenteleden bij zijn. Er stond een gigantische tent op het Javaplein. We schoven aan en worstelden ons door de taalbarrière heen, net als onze tafelgenoten.

Gisteren is de veertigdagentijd begonnen. Het is de vastenmaand van de christenen. Ineens schoot me die avond in de Iftartent weer te binnen. Ik was écht onder de indruk van de discipline van onze moslimburen om zo volhoudend te vasten én te bidden. Zij vasten niet alleen maar omdat het moet, maar ook omdat ze zich op deze manier meer kunnen concentreren op hun geloof, zo vertelden zij ons die avond.

Bij ons in de kerk hoort vasten bij deze tijd van het jaar, de 40 dagen voor Pasen. Het is (gelukkig) niet verplicht. Maar het is wel een optie die de moeite waard is. Je kunt het vasten zien als een soort pauzeknop op je gewoontes. Meestal ben je gewoon bezig met leven, boodschappen doen en regelen wat er geregeld moet worden. Maar wat gebeurt er als je 40 dagen ergens mee stopt? Bijvoorbeeld 40 dagen geen Facebook. Of als je juist 40 dagen iets doet wat je meestal niet doet? Zoals 40 dagen een ansichtkaartje naar iemand sturen.
40 dagen de tijd nemen om iets in je leven op ‘stil’ te zetten. 40 dagen om de dag anders vorm te geven. Het zal je ongetwijfeld aan het denken zetten over hoe je in het leven staat.

In de christelijke traditie is het de gewoonte om te vasten in de 40 dagen voor Pasen. Dat is niet zomaar. De 40 dagen zijn niet alleen bedoeld als een periode om stil te staan bij je eigen leven. Ze zijn gekozen om stil te staan bij het leven en het lijden van Jezus. Geloven in God en naar de kerk gaan horen misschien wel bij je dagelijkse gewoontes. Toch vragen ook die gewoontes af en toe om een pauze. Een pauze om opnieuw stil te worden en te bidden, je te verwonderen, God te zoeken. Vasten kan je helpen om een periode te kiezen voor concentratie op je geloof. Dan laat je niet alleen iets (of doe je juist iets) om je eigen gewoontes te doorbreken, maar om ruimte te maken voor God.

Vanaf de veertigdagentijd is het avondgebed er elke werkdag om 19:30 uur. Weet je welkom om stil te worden en te bidden. Wees welkom om met ons God te zoeken.

 > Lees meer over het avondgebed

 > Volg Marleen Blootens op Twitter

'On boord'

‘Ben jij een beetje gelovig’?

Het is woensdagmiddag en het regent. Als het regent staan er vaak wat mensen te schuilen in de portiek van de kerk. Jongens die een jointje roken, meisjes op weg naar een feestje. Het is een van de eerste dagen dat ik mijn boordje draag. Op het moment dat een van de jongens mij die vraag stelt, bedenk ik me dat ik in cognito koffie ben gaan drinken met een vriendin. Ik heb een shawl om, en dus is het boordje niet zichtbaar.

Ja, ik ben best een beetje gelovig. Ik doe mijn shawl af en zeg: ‘Ik werk hier in de kerk.’ Waarop de jongen zegt: ‘Er staat toch in de Bijbel dat je niet mag drinken?’.  Ik knik, ik loop naar binnen en zeg dat er ook in de Bijbel staat dat je mag genieten van je glas wijn. Ik overweeg nog even om te beginnen over de voorschriften van de profeet Mohammed inzake drugs, maar ik houd me in en loop naar binnen.    

Zomaar een woensdagmiddag in de Javastraat. Een week later zitten er 30 islamitische kinderen uit de buurt voor mijn neus. Ze zijn op expeditie in de Javastraat en doen ook de kerk aan. Ik kijk naar ze en bedenk me dat mijn gereformeerde basisschool lijkt op de islamitische school waar zij op zitten. Een eiland van gelovigen. Ze weten meer van de kerk en de Bijbel dan mijn gemiddelde leeftijdsgenoot in Amsterdam, zo blijkt als ik ze vraag wat ze weten van de kerk en de verhalen uit de Bijbel. En dan vraagt een van de meisjes terwijl ze naar mijn boordje wijst: ‘Is dat domineeskleren?’

Ik grinnik trots. Echt een goed idee dat boordje. Ik wijs naar haar hoofddoek en zeg dat je aan mijn boordje kan zien dat ik christen ben zoals ik aan haar hoofddoek kan zien dat ze moslim is. Het voelt alsof er ineens weer iets terug is van de vanzelfsprekendheid die ik meestal niet voel.

Ik steek mijn nek uit in een boordje.  Zichtbaar zijn als statement voor de kerk in onze dagen. En wat blijkt? Er is niks engs aan. Het is als een nieuwe kekke jurk die je je mooi laat voelen. Die domineeskleren die staan me. Dus ik ben benieuwd wie er nog meer naar mijn boordje zullen wijzen om me te vragen waarom ik deze kleren draag. Op de drempel van de kerk of ergens in de buurt, wellicht midden in ons gebouw. Ik laat me graag verrassen.